Een verhaal

Een kleine luchtballon glijdt door de lucht. Zijn passagier lijkt zich helemaal niet te storen aan de windstoten die de ballon af en toe in een lukrake richting sturen. Ik denk niet dat die wind mij zou storen moest ik in zo’n gezellige ballon zitten. Ik leg mij neer in het gras. Het is vrij droog, ondanks het slechte weer die dit plekje de voorbije week teisterde. De wind blaast hard en gooit mijn haar over en weer op mijn gezicht. Het is moeilijk zo om die kleine ballon nog te zien. Geeft niet, het leek tenslotte helemaal geen problemen te hebben. Ik glijdt weg in dromenland. Ik zit op een schip tijdens een verschrikkelijke storm. Ik ben de moedige kapitein. “De wind zal binnenkort wel gaan liggen,” schreeuw ik. De scheepsmaten houden zich vast aan wat ze ook maar kunnen vinden. Zo kunnen ze niet van het schip vallen. Ik sta op het dek zonder ook maar de minste zorgen. Plotseling is de storm voorbij. De wind die zonet nog door de zijlen gierde, is veranderd in een zacht briesje. Uit het niets voel ik een hand op mijn schouder. Ik schrik wakker.

De zon verblind me. Ik probeer mij te herinneren waar ik ben. Ik moet lang geslapen hebben. De wind is volledig gaan liggen. Ik kijk omhoog in de blauwe lucht op zoek naar de luchtballon, maar vind hem nergens. Ik draai mij snel om wanneer ik een kuch hoor achter mij. Voor mij staat een jongen die nauwelijks ouder is dan 10. Hij ziet er een beetje vreemd uit. De jongen kijkt me met nieuwsgierige ogen aan. “Waarom wil jij een kapitein zijn?” vraagt hij. “Ik hou van avontuur,” antwoord ik. “Waarom denk je dat ik graag een kapitein zou zijn?” De jongen glimlacht en zegt, “Ik hoorde je roepen.” Mijn kaken worden helemaal rood wanneer ik dat hoor. Ik ben een beetje beschaamd dat ik luidop gedroomd heb. “Wat is je naam?” vraag ik om het gesprek in een andere richting te sturen. De jongen antwoord niet op de vraag. “Dus jij houdt van avontuur dan?” Ja, denk ik, maar ik ben het niet zeker. Mogen volwassenen avontuur wel leuk vinden? “Ik hou ervan over avonturen te dromen,” zeg ik uiteindelijk. Nu is het terug mijn beurt om een vraag te stellen. “Wat doe jij hier eigenlijk zo helemaal in je eentje?” De jongen heeft plezier in het geven van zijn antwoord. “Ik beleef hier avonturen, net als jij.” Dit voelt nu niet echt aan als een avontuur. Mijn appartement is maar een half uurtje wandelen. “Woon jij dan in het dorp?” besluit ik. De jongen schud zijn hoofd. Hij kijkt achter hem naar zijn luchtballon. “Nee, een beetje verder dan dat.” Mijn nieuwsgierigheid is geprikkeld. Ik wil graag weten welk verhaal er achter de jongen schuilt. “Kom je hier vaak?” vraag ik. De jongen knikt.

Mijn buik rommelt. “Laten we maar niet te laat zijn voor het avondeten. Zie ik je nog eens terug?” De jongen knikt en huppelt naar de luchtballon. Ik vind het allemaal maar een beetje raar en vraag mij af of dit geen verderzetting is van mijn droom. Ik wacht op mijzelf om wakker te worden, maar dat gebeurd niet. Ik staar naar de luchtballon terwijl deze opstijgt. Ik word niet wakker. Dan besluit ik maar naar huis te gaan. Ik kijk de politie aankondigingen voor vermiste jongens na, maar vind niemand die overeen komt met de beschrijving van de jongen. Misschien was het toch allemaal een droom. Terug op mijn appartement zoek ik iets om te eten. Ik hou het hier allemaal zo schoon als ik het zelf kan verdragen, maar ik ben niet zo goed in het organiseren van het eten. Ik vind enkele koekjes in de kast en herinner mijzelf eraan dat ik binnenkort moet gaan winkelen. Mijn gedachten dwalen af terwijl ik de koekjes opeet. Ik had mij het leven van een volwassene helemaal anders ingebeeld als klein meisje. Ik droomde toen van wilde avonturen en reizen naar verre landen. Ik maak mijzelf een kopje thee en haal een boek uit het rek. Het is na middernacht wanneer ik naar bed ga.

Ik mopper wanneer mijn alarm mij om zeven uur wakker maakt. Ik had het de vorige avond vergeten uit te schakelen. Ik hou niet van de ochtend, toch niet eentje die om zeven uur begint. Ik besluit toch maar op te staan en kruip onder de douche. Daarna maak ik mij klaar voor een ontbijt in het centrum. De verse gebakjes zijn heerlijk. Na mijn ontbijt ga ik winkelen en onderweg naar huis merk ik dat er een bericht uithangt aan de boekenwinkel. “Dringend winkelier gezocht,” staat er op het bericht te lezen. Ik wil de duur openmaken, maar de boekenwinkel is gesloten. Dat is vreemd. De boekenwinkel is normaal nooit gesloten op dit tijdstip. Ik schrijf het nummer dat vermeld staat op het bericht neer in mijn notitieboekje. Terug thuis bel ik naar dat nummer. De eigenaares heeft moeite met lopen en het meisje die haar hielp is vertrokken naar de stad voor een andere job. Ze zoeken echter iemand met meer ervaring dan ik als winkelier. Geen geluk deze keer. Er zal ergens wel iets zijn voor mij.

Ik merk dat het boek dat ik de vorige avond aan het lezen was nog in de zetel ligt. Het is alsof er iets goud in het boek zit. Ik raap het boek op uit de zetel en er valt iets vreemds uit. Wanneer ik er met mijn hand naartoe ga, begint het te gloeien. “Ben ik aan het dromen” vraag ik mij luidop af. Ik schreeuw het uit wanneer mijn vingers het ding raken. Het is heet. Ik zet een paar stappen achteruit en zie hoe het gloeien ophoudt. Ik neem een handdoek uit de keuken om mijn handen te beschermen en raap het op. Het is iets moois. Ik leg het op de koffietafel en bestudeer het van dichtbij. Wanneer ik de opwinding voel opbouwen in mijzelf verschijnt er een glimlach op mijn gezicht. Het object is een spiraal in de vorm van een kegel met in het midden een staaf waar dingen in gekerft staan. Het is allemaal best spannend eigelijk. Het object ziet eruit als iets uit een science fiction boek. Ik vraag mij af hoe het hier is kunnen terecht komen. Misschien is het wel ergens vastgeraakt in mijn kledij. Dan denk ik terug aan die vreemde jongen. Ik zal hem binnenkort nog eens bezoeken.

Ik ben gefacineerd en opgewonden door wat er gisteren gebeurd is. Ik wil alles wat ik kan te weten komen over die gouden kegel. Jammer genoeg zijn er op dit moment dringendere zaken die mijn aandacht vragen. Mijn ouders komen namelijk op bezoek dit weekend. Ik wacht meestal met opruimen en schoonmaken tot het uiterst noodzakelijk is en dit is zo een moment. In een paar uur tover is mijn appartement om in iets waar mijn moeder trots op zou zijn. Ik herinner mij eraan dat ik haar best nog eens opbel. “Dag mama. Nee mama, ik heb nog niks gevonden. Ja mama, ik doe er alles aan om iets te vinden. Ga er alsjeblief niet de hele tijd op door wanneer je op bezoek bent. Dank je mama. Tot morgen!” Het is eigenlijk een leugentje. Ik doe helemaal niet alles wat ik kan om aan een job te geraken. Ik wil namelijk niet om het even welke job. Dus misschien doe ik dan wel alles wat ik kan. Ik doe alles wat ik kan om een job te vinden die ik leuk vind. Ik neem mijn tweede douche van de dag en dat beindigd de fysieke actieviteiten voor vandaag, behalve dan op de knop van de microgolf duwen. Ik hou heel veel van lasagne. Na een paar uur lezen in de zetel voel ik me wat slaperig. Ik glijd weg in een dromeloze slaap.

In het midden van de nacht word ik wakker. Ik zet mij recht en leg mijn boek op tafel. Terwijl ik opsta en mijmerend rond kijk merk ik dat het gouden dingetje op de tafel een zacht blauw licht uitstraalt. Ik staar ernaar en ben niet zeker of ik nu bang moet zijn of simpelweg gefascineerd. Het lijkt niks anders te doen dan dat licht uitstralen. Ik hou mijn hand vlak boven het mysterieuze hebbeding. De kleur veranderd naar een helder paars. Ik voel warmte uit het dingetje komen. Ik schud mijn hoofd in verwarring. Hoe is dit hier in hemels naam terecht gekomen? Ik wil hier in ieder geval geen vragen over wanneer mijn ouders op bezoek komen. Ik gebruik opnieuw een handdoek om mijn handen te beschermen en plaats het gouden kegeltje in de enige vaas in mijn appartement. Voor de zekerheid haal ik de plastic bloemen er uit en zet die pas terug wanneer het kegeltje er terug normaal uitziet. Ik staar er nog even naar en schud mijn hoofd opnieuw. Niet te geloven dat zoiets spannends mij zou overkomen. Ik voel hoe een glimlach zich over mijn gezicht verspreid. Tijd om in bed te kruipen. Ik wil liever niet dat mijn moeder wallen onder mijn ogen als gespreksonderwerp kiest.

Mijn alarm maakt me om negen uur wakker. Dat is een beschaafd uur om op te staan. Ik vraag mij af of ik in staat zou zijn een “normale” job te doen waar je zelf niet beslist welk uur je opstaat. Ik heb ruim voldoende tijd voor een rustig ontbijt. Een paar minuten voor mijn ouders toekomen, ik kan mijn klok daarop juist zetten want ze zijn heel stipt, kijk ik nog eens rond in het appartement. Het is iets waar mijn moeder trots op zal zijn. Ik trek een zuur gezicht. Het is hier veel te netjes naar mijn zin, maar ik troost mij met de gedachte dat het wel niet lang zo zal blijven. Niet twee, maar vier mensen stappen het appartement even later binnen. “Wat een onverwacht genoegen,” zeg ik met een glimlach wanneer ik Peter, mijn broer, en Sam, zijn vriendin, zie. “Ben je zeker dat je bij het juiste adres bent?” Ik hou ervan hen te plagen. Sam en Peter lijken echt aan elkaar te plakken. Sam heeft een grote glimlach op haar gezicht. Ze heeft haar hand op haar buik en dat kan maar een ding betekenen. Ik ben heel blij voor hen. Ik ga naast mijn broer staanden fluister stilletjes “was het gepland?” Ik merk amper dat hij met zijn hoofd schud. “Blij?” fluister ik dan. Een enorme glimlach verspreid zich over zijn gezicht terwijl hij zich naar mij draait en zegt “Ja”.

Er wordt over koetjes en kalfjes gepraat en vooral Peter en Sam, die niet veel op bezoek komen, hebben veel te vertellen. Peter vraagt mij uiteindelijk wat ik zoal doe nu ik hier woon. “Gewoon” is het enige wat ik zeg. Peter kijkt me aan met een pijnlijke blik. “Wat doe je om plezier te hebben?” vraagt hij dan. Ik denk aan de jongen. Ik zou zo graag een avontuur beleven. “Eigenlijk niks,” zeg ik uiteindelijk. Dan is het even stil. De rest van de namiddag glijdt voorbij. Peter en Sam vertellen grapjes, mam geeft mij complimenten voor mijn schoonmaak kunde en paps geeft advies over het zoeken van jobs. Wanner de vier zich klaarmaken om te vertrekken zegt Peter “zin om een weekendje bij ons te komen?” Ik ben heel blij met het voorstel. “ik zal je volgende vrijdag komen oppikken. Hou je maar klaar voor een weekendje vol plezier!” Na nog wat kussen en knuffels vertrekken ze dan. Later die avond lig ik in de zetel te huilen. Ik voel me zo eenzaam.

Ik ben nog niet goed wakker wanneer ik iemand op de deur hoor kloppen. Ik ben niet eens zeker of ik het niet gedroomd heb. The tweede keer bevestigd dat het echt is. Ik hoor de stem van de conciërge. Juffrouw Redford, ik heb een pakje voor u. Kan u aan de deur komen?” Hij verheft zijn stem terwijl hij dit zegt. Misschien denkt hij dat ik in de badkamer zit. Mijn ogen voelen zwaar en prikken een beetje. Het is al bijna 10 uur. In moet in de zetel in slaap zijn gevallen. “Ik kom eraan,” zeg ik met een schorre stem. Voor ik de deur open doe, gooi ik wat water in mijn gezicht en fris ik mezelf wat op. De conciërge staat aan de deur met een behoorlijk groot pak. “Vermits dit veel te groot is om in je postbus te steken, besloot ik het maar naar boven te brengen. Ik wou niet dat er iemand anders mee vandoor ging,” verklaart hij. “Dat is heel vriendelijk van u, dank je wel”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s